1-0: Hans vanaf 30 meter strak in de kruizing.
2-0: Lex op aangeven van Wouter.
3-0: Lex strak in het netje.
4-0: Puntertje Wouter rechts in de hoek.
5-0: Raak afstandsschot Henk.
6-0: Jeroen na een solo a la Messi.
6-1: Robert werkt tegenstander via binnenkant paal in de touwen.
Verder dit keer geen omhaaltjes van Vic, wel het debuut van Mark.
zondag 11 maart 2012
dinsdag 6 maart 2012
Godlinze
Godlinze (Gronings: Glìns of Glinz) is een radiaal wierdedorp in het noordoosten van de provincie Groningen in Nederland, gelegen in de gemeente Delfzijl. Het dorp telde op 1 januari 2007 260 inwoners. Godlinze ligt aan het einde van het Godlinzermaar.
Geschiedenis
De wierde van het dorp werd opgeworpen op een oeverwal van de Fivelboezem en werd in de loop der tijd opgehoogd tot 6,22 meter[2], waarmee deze tot de hoogste wierden van Groningen behoort. De diameter omspant 375 meter. Bij opgravingen in 1919 door Van Giffen werd ten westen van het dorp een middeleeuws grafveld blootgelegd, met graven en grafbijzettingen uit de Karolingische tijd. Vondsten werden gedateerd op eind 7e tot begin 9e eeuw.[3] Uit de rijke grafgiften blijkt dat er toen al een rijke elite moet zijn geweest. De naam van het dorp komt in de goederenlijst van het Klooster Werden voor rond het jaar 1000 als Godlevingi. De oorsprong is niet bekend. Mogelijk betekent het 'lieden van Godlev', waarbij Godlev (of Godlef) een adellijke Oostfriese mansnaam is. Een andere verklaring leidt het af van 'Godelinvigi', de 'plek waar Godlev woont' (een Keltische godheid). Een volksverhaal stelt ten slotte dat het afkomstig is van een verhaal; De inwoners zouden tijdens een watersnood honger hebben geleden en toen er erwten (linzen) aanspoelden, zouden ze dit als een geschenk van God hebben gezien.
Waarschijnlijk werd ergens tussen de 10e en 13e eeuw ter bescherming tegen de zee een dijk aangelegd ten noorden van het dorp van 't Zandt langs Omtada (waar de borg Ompteda stond en nu de boerderij Omtadaburgh) en Spijk naar Wattum (Hoogwatum). Deze dijk brak meermalen door, zoals bij de Sint-Maartensvloed van 1686 en de Kerstvloed van 1717. Na de laatste overstroming werd in 1718 een sterkere dijk ten noorden daarvan gelegd, zodat latere overstromingen uitbleven. De oude dijk verdween grotendeels bij de ruilverkaveling in 1957, maar een restant (de Oude Dijk) ligt nog langs de weg van Spijk naar 't Zandt. Het dorp heeft een haventje, die begin 20e eeuw nog in gebruik was, maar nu alleen nog voor de recreatievaart wordt gebruikt.
Godlinze vormde vroeger een kluft van het waterschap Vierburen.
Net als elders in het noordoosten van Groningen bestonden ook in Godlinze tegenstellingen tussen de rijke boeren en de arme landarbeiders. Na de Tweede Wereldoorlog vertrokken veel jongeren naar de opkomende industrieën rond Delfzijl en verminderde de grote invloed die boeren er van oudsher hadden. In dezelfde tijd zorgde de landbouwmechanisatie er echter ook voor dat de behoefte aan personeel sterk verminderde.
In de loop van de 20e eeuw nam de bevolking en het aantal voorzieningen steeds verder af, een trend die nog werd versterkt doordat buurdorp Spijk werd aangewezen als economische groeikern, zodat nieuwe huizenbouw daar plaatsvond. In de jaren 1990 werkten veel inwoners bij chemiebedrijven AkzoNobel en Dow Chemical in Delfzijl. Doordat het dorp nauwelijks groeide, is de radiale wierdestructuur er echter wel goed bewaard gebleven, al is dit ook bij de naoorlogse uitbreidingen van Spijk behouden gebleven.
Bekende bewoners
Bruno Santanera
Het dorp is mede bekend vanwege de tuin vol marmeren beelden van de van oorsprong Italiaanse Bruno Santanera. Santanera poogde hier aanvankelijk zijn Amsterdamse carrosseriebedrijf naartoe te verplaatsen, om zo naar eigen zeggen een impuls te geven aan de werkgelegenheid. Hij investeerde miljoenen in een beeldenpark en een groot marmeren gebouw om hier het carrosseriebedrijf te vestigen. Een opleidingscentrum voor carrosseriebouwers ging echter niet door, waarop hij er een museum van maakte en begon met een marmerhandel. Zijn beeldentuin trok ondertussen veel dagjesmensen, wat er mede toe leidde dat wegen naar het dorp werden geasfalteerd. Zelf stak Santanera geld in de bouw van een speeltuin, zwembad en een jeu de boulesbaan in het dorp. Zijn invloed in het dorp (hij was tevens de oprichter van de vereniging dorpsbelangen) viel niet bij iedereen in goede aarde en zorgde ervoor dat er een tijdlang twee kampen waren in het dorp. Na ruzie met de bank ging Santanera in 1972 in hongerstaking. Nadat journalist Piet Bakker zijn verhaal over tegenwerking publiceerde ("Mijn Strijd in Godlinze") en dagbladen, radio- en tv-zenders er aandacht aan besteden, nam het aantal dagjesmensen sterk toe. In 1978 begon hij met de verkoop van mineralen voor homeopathische doeleinden. In 1982 brandden museum en werkplaats af, maar uiteindelijk wist hij geld te krijgen van de verzekering, zodat hij zijn activiteiten kon vervolgen. In de loop der tijd richtte hij zich op vooral magneetmineraaltherapie, waarbij met name zijn BioStabil 2000 zorgde voor ophef. Zijn kinderen hebben het marmerbedrijf en de aangrenzende horecagelegenheid overgenomen. Bruno zelf is sindsdien verhuisd naar het buitenland.
Ekke Fransema
Van 1873 tot 1886 en van 1904 zijn dood in 1928 woonde in Godlinze Ekke Fransema, die door dorpsbewoners ook wel 'Den Frans' genoemd; een man die zijn hele leven wijdde aan alcohol en boeken. Vanwege zijn drankzucht liet zijn vrouw hem in 1914 onder curatele stellen. Op 61-jarige leeftijd studeerde hij af om op 63-jarige leeftijd te sterven. Na zijn dood werd zijn omvangrijke boekenverzameling ter nauwernood gered van opkopers en ondergebracht in de Openbare Bibliotheek van Appingedam, waar het sindsdien onderdeel vormt van het Fransema-kabinet. Ekke's zoon Toon, beter bekend als ADAREA Fransema, werd later NSB-burgemeester van Onstwedde.
[bron: wikipedia]
Geschiedenis
De wierde van het dorp werd opgeworpen op een oeverwal van de Fivelboezem en werd in de loop der tijd opgehoogd tot 6,22 meter[2], waarmee deze tot de hoogste wierden van Groningen behoort. De diameter omspant 375 meter. Bij opgravingen in 1919 door Van Giffen werd ten westen van het dorp een middeleeuws grafveld blootgelegd, met graven en grafbijzettingen uit de Karolingische tijd. Vondsten werden gedateerd op eind 7e tot begin 9e eeuw.[3] Uit de rijke grafgiften blijkt dat er toen al een rijke elite moet zijn geweest. De naam van het dorp komt in de goederenlijst van het Klooster Werden voor rond het jaar 1000 als Godlevingi. De oorsprong is niet bekend. Mogelijk betekent het 'lieden van Godlev', waarbij Godlev (of Godlef) een adellijke Oostfriese mansnaam is. Een andere verklaring leidt het af van 'Godelinvigi', de 'plek waar Godlev woont' (een Keltische godheid). Een volksverhaal stelt ten slotte dat het afkomstig is van een verhaal; De inwoners zouden tijdens een watersnood honger hebben geleden en toen er erwten (linzen) aanspoelden, zouden ze dit als een geschenk van God hebben gezien.
Waarschijnlijk werd ergens tussen de 10e en 13e eeuw ter bescherming tegen de zee een dijk aangelegd ten noorden van het dorp van 't Zandt langs Omtada (waar de borg Ompteda stond en nu de boerderij Omtadaburgh) en Spijk naar Wattum (Hoogwatum). Deze dijk brak meermalen door, zoals bij de Sint-Maartensvloed van 1686 en de Kerstvloed van 1717. Na de laatste overstroming werd in 1718 een sterkere dijk ten noorden daarvan gelegd, zodat latere overstromingen uitbleven. De oude dijk verdween grotendeels bij de ruilverkaveling in 1957, maar een restant (de Oude Dijk) ligt nog langs de weg van Spijk naar 't Zandt. Het dorp heeft een haventje, die begin 20e eeuw nog in gebruik was, maar nu alleen nog voor de recreatievaart wordt gebruikt.
Godlinze vormde vroeger een kluft van het waterschap Vierburen.
Net als elders in het noordoosten van Groningen bestonden ook in Godlinze tegenstellingen tussen de rijke boeren en de arme landarbeiders. Na de Tweede Wereldoorlog vertrokken veel jongeren naar de opkomende industrieën rond Delfzijl en verminderde de grote invloed die boeren er van oudsher hadden. In dezelfde tijd zorgde de landbouwmechanisatie er echter ook voor dat de behoefte aan personeel sterk verminderde.
In de loop van de 20e eeuw nam de bevolking en het aantal voorzieningen steeds verder af, een trend die nog werd versterkt doordat buurdorp Spijk werd aangewezen als economische groeikern, zodat nieuwe huizenbouw daar plaatsvond. In de jaren 1990 werkten veel inwoners bij chemiebedrijven AkzoNobel en Dow Chemical in Delfzijl. Doordat het dorp nauwelijks groeide, is de radiale wierdestructuur er echter wel goed bewaard gebleven, al is dit ook bij de naoorlogse uitbreidingen van Spijk behouden gebleven.
Bekende bewoners
Bruno Santanera
Het dorp is mede bekend vanwege de tuin vol marmeren beelden van de van oorsprong Italiaanse Bruno Santanera. Santanera poogde hier aanvankelijk zijn Amsterdamse carrosseriebedrijf naartoe te verplaatsen, om zo naar eigen zeggen een impuls te geven aan de werkgelegenheid. Hij investeerde miljoenen in een beeldenpark en een groot marmeren gebouw om hier het carrosseriebedrijf te vestigen. Een opleidingscentrum voor carrosseriebouwers ging echter niet door, waarop hij er een museum van maakte en begon met een marmerhandel. Zijn beeldentuin trok ondertussen veel dagjesmensen, wat er mede toe leidde dat wegen naar het dorp werden geasfalteerd. Zelf stak Santanera geld in de bouw van een speeltuin, zwembad en een jeu de boulesbaan in het dorp. Zijn invloed in het dorp (hij was tevens de oprichter van de vereniging dorpsbelangen) viel niet bij iedereen in goede aarde en zorgde ervoor dat er een tijdlang twee kampen waren in het dorp. Na ruzie met de bank ging Santanera in 1972 in hongerstaking. Nadat journalist Piet Bakker zijn verhaal over tegenwerking publiceerde ("Mijn Strijd in Godlinze") en dagbladen, radio- en tv-zenders er aandacht aan besteden, nam het aantal dagjesmensen sterk toe. In 1978 begon hij met de verkoop van mineralen voor homeopathische doeleinden. In 1982 brandden museum en werkplaats af, maar uiteindelijk wist hij geld te krijgen van de verzekering, zodat hij zijn activiteiten kon vervolgen. In de loop der tijd richtte hij zich op vooral magneetmineraaltherapie, waarbij met name zijn BioStabil 2000 zorgde voor ophef. Zijn kinderen hebben het marmerbedrijf en de aangrenzende horecagelegenheid overgenomen. Bruno zelf is sindsdien verhuisd naar het buitenland.
Ekke Fransema
Van 1873 tot 1886 en van 1904 zijn dood in 1928 woonde in Godlinze Ekke Fransema, die door dorpsbewoners ook wel 'Den Frans' genoemd; een man die zijn hele leven wijdde aan alcohol en boeken. Vanwege zijn drankzucht liet zijn vrouw hem in 1914 onder curatele stellen. Op 61-jarige leeftijd studeerde hij af om op 63-jarige leeftijd te sterven. Na zijn dood werd zijn omvangrijke boekenverzameling ter nauwernood gered van opkopers en ondergebracht in de Openbare Bibliotheek van Appingedam, waar het sindsdien onderdeel vormt van het Fransema-kabinet. Ekke's zoon Toon, beter bekend als ADAREA Fransema, werd later NSB-burgemeester van Onstwedde.
[bron: wikipedia]
dinsdag 28 februari 2012
vrijdag 10 februari 2012
woensdag 11 januari 2012
Abonneren op:
Berichten (Atom)



